INTERVIEW Erik De Rop (vzw Oude Markt): “We vervallen binnen de kortste keren weer in onze zonden”

Erik De Rop van vzw Oude Markt.
We leven nu al meer dan anderhalf jaar met het coronavirus en dat laat sporen na, zowel economisch als psychologisch. Hoewel de vaccinatiecampagne het einde van de maatregelen zouden inluiden, leven we nog steeds met de rem op. Voor de horeca is er dus nog geen licht aan het einde van de tunnel maar toch blijft Erik De Rop van Vzw Oude Markt behoorlijk positief voor de toekomst van de sector. “Alles komt terug. De mens is een gewoontedier”, klinkt het.

13 maart 2020…een dag om nooit meer te vergeten?

“Ik wou dat ik die datum kon vergeten maar dat kan niet. Echt verbaasd was ik niet toen de aankondiging over de eerste verplichte sluiting werd gedaan. Het hing toen al even in de lucht. Op dat moment konden we in de horeca nog niet inschatten wat de impact van het coronavirus zou zijn maar de woorden ‘we hebben prijs’ schoten wel door mijn hoofd. In het prille begin dacht ik nog dat de horecazaken drie weken de deuren zouden moeten sluiten maar één week later geloofde ik al niet meer in dat scenario. Het zouden maanden van sluiting worden en zo is het ook gegaan.”

Veel solidariteit tijdens de eerste lockdown. Hoe beleefde jij die periode?

“Het was een tijd van onverwachte rust. Het leek wel alsof we de pauzeknop van de cassetterecorder hadden ingedrukt. Voor mij persoonlijk was het een tijd om even iets langer stil te staan bij één en ander. Ik voelde zelfs verwondering en nieuwsgierigheid. Eigenlijk was het best wel een creatieve periode, ondanks de ellende die corona onze sector heeft gebracht.”

De coronapandemie was een zware domper voor de horeca. Wat onthoud je van het voorbije anderhalf jaar?

“Je weet pas wat iets waard is als het er niet meer is. Tijdens de coronacrisis is gebleken dat de mensen de horeca op de Oude Markt misten tijdens de lockdowns. Het doet iets met een Belg als je de deur van zijn favoriet café sluit. Vaak hoor ik hartverwarmende woorden van klanten die ik niet snel zal vergeten. Ze geven me een extra dosis hoop om onze passie te blijven doen.”

Op 8 juni ging de sector weer aan de slag na de eerste lockdown. Welk gevoel riep dat bij je op?

“Ik dacht: ‘Verdomme, het is echt, we gaan weer open.’ Ik heb meteen mijn kameraad en collega-cafébaas Karim van café Plaza gebeld maar ik kon amper een woord uitbrengen. Zo gelukkig was ik…Het was heel emotioneel want we kregen ons leven terug. Toen was ik er nog van overtuigd dat zo’n verplichte sluiting ons nooit meer zou overkomen. Verkeerd gedacht. Toen de coronacijfers ook in september 2020 bleven stegen, voelde ik de volgende coronagolf aankomen. De horeca was zeker niet de schuldige in het verhaal. We hebben onze verantwoordelijkheid genomen. Achteraf bekeken kan ik de genomen maatregelen wel begrijpen want het virus verspreidt zich nu eenmaal als mensen elkaar ontmoeten. De tweede verplichte sluiting kwam voor mij dus niet als een verrassing. Het was een zware opdoffer voor onze sector.”

Hoe kwam die tweede lockdown bij jou binnen?

“Januari en februari waren heftige maanden. De solidariteit maakte plaats voor verzuring. Veel mensen in de horeca vielen in een groot zwart gat. Ook voor mij persoonlijk was het een moeilijke periode. Ik zat thuis maar ik had gelukkig nog wel mijn partner en de kinderen. Achteraf gezien besef ik dat ik niet de gemakkelijkste klant in huis ben geweest in die periode. Mijn familie verdient daar excuses voor maar op sommige momenten ben je gewoon even de weg kwijt. Ik herinner me dat ik op zondag 18 oktober iets was gaan eten en toen ik afscheid nam van mijn collega zei ik: ‘Allee, tot volgend jaar, ergens in maart’. Het is uiteindelijk mei geworden, helaas.”

Hoe kijk je terug op de maatregelen die de overheid heeft genomen?

“Met begrip zoals ik eerder al aangaf maar het stoorde me wel dat de overheid de genomen beslissingen niet goed heeft uitgelegd. Dat is wel vaker het geval geweest. In een crisis van deze grootorde is het van groot belang dat de neuzen in dezelfde richting staan en dat was bij de politici niet altijd het geval. We hebben ook enkele absurde regeltjes op ons bord gekregen in dit land. Denk bijvoorbeeld aan de maatregel over aan welk raam je mocht zitten in de trein. En dan was er ook nog ‘plexigate’. Eerst kregen we subsidies om plexischermen te plaatsen en plots bleken ze niet meer toegelaten. Absurd maar ik probeer begrip op te brengen voor de foute inschattingen. Ook voor de virologen en de ministers was het ‘trial and error’ in deze coronapandemie.”

De overheid was anderzijds wel gul met steun voor de horeca…

“De overheid heeft onze sector inderdaad goed heeft geholpen met premies. Ook de tijdelijke btw-verlaging is een goede zaak. In vergelijking met Wallonië en Brussel mogen we in Vlaanderen niet klagen over de financiële ondersteuning. We mogen de stenen niet uit de grond klagen maar het is wel een feit dat de uitbaters veel investeringen hebben gedaan. Nu wordt er weer veel gesproken over professionele verluchtingssystemen. Ik ben als de dood voor te snelle beslissingen die veel geld gaan kosten aan de uitbaters. Ik ben niet voldoende wetenschappelijk onderlegd om te oordelen over de noodzaak van professionele verluchtingssystemen maar ik vraag de beleidsmakers om grondig na te denken vooraleer ze de uitbaters onnodig op kosten jagen.”

Ondertussen is de horeca alweer enkele maanden open, weliswaar met een sluitingsuur en andere beperkingen. Is het haalbaar om zo nog een tijd door te gaan?

“De herstart was goed, ondanks het minder goede weer. Een topzomer is het nog niet geworden maar we maken er het beste van. Het is nog niet wat het zou moeten zijn maar ik hou in mijn achterhoofd dat de evenementensector en het nachtleven nog zwaarder getroffen zijn door de coronamaatregelen. Ik ben ervan overtuigd dat we weer normaal zullen draaien binnen afzienbare tijd. Alles komt terug. De mens is een gewoontedier en vervalt binnen de kortste keren weer in de zonden van weleer (lacht). Uiteraard zie ik aan de toog hangen niet als een zonde want de toog is de ziel van het café. Ik hoop dat we in het najaar weer aan de toog kunnen zitten, ondanks het slechte nieuws over nieuwe varianten. De toog is wat mij betreft essentieel in de Vlaamse cafécultuur. Ik mis de toog enorm maar we moeten ons geduldig tonen. Te snel teveel toelaten is volgens mij ook niet goed want dan ben je weer snel bij af.”

Slotvraagje: vrees je nog een golf van faillissementen in de horeca?

“Voorlopig krijg ik geen alarmsignalen in die richting van collega’s op de Oude Markt. Het is wel een feit dat de rekeningen betaald moeten worden en faillissementen kan je nooit uitsluiten, ondanks de gegeven steun van de overheid. We zullen zien wat er nog op ons afkomt de komende periode maar op de Oude Markt zie ik voorlopig geen rampen gebeuren. Anderzijds zal de echte economische schade van de pandemie pas duidelijk worden tussen januari 2022 en juni 2022. Soms hoor je bepaalde experten verklaren dat het niet zo erg zou zijn als er faillissementen zouden volgen want er is meer dan genoeg horeca in ons land. Dat hoor ik niet graag want achter elke horecazaak zit een levensdroom en een familie. Dat mogen we nooit vergeten. Maar zoals gezegd ben ik redelijk positief over de toekomst van de horeca. Ik hoop van harte dat er niemand overboord valt in Leuven en meer specifiek op mijn geliefde Oude Markt.”

(Tekst: Bart Mertens/Foto’s: Bart Mertens)

Lees meer over